Mijn eerste keer op een skateboard-halfpipe eindigde met een mondvol bescherming (en waarom ik het zo weer zou doen)
Als je ooit iemand in een betonnen bowl hebt zien droppen (drop in) of zich van een mountainbike hebt zien lanceren en daarbij een raar tuimelingetje in je maag voelde, welkom. Extreme sporten lijken van buitenaf waanzinnig, maar er zit een wereld van verschil tussen "nooit geprobeerd" en "een sponsorcontract". Ik heb genoeg weekends bont en blauw, met krijt bedekt en grijnzend als een idioot doorgebracht om het verschil te kennen.
Ik herinner me mijn eerste echte poging om extreme sporten een plek in mijn leven te geven. Ik was niet bezig een backflip op een motorcrossmotor te maken. Ik stond in een indoorskatepark, met kniebeschermers waardoor ik als een pinguïn liep, starend naar een quarterpipe van 1,20 meter. Een tienjarige reed langs me en ging de quarterpipe in (dropped in) zonder te knipperen. Mijn ego liep die dag meer schade op dan mijn lichaam, maar ik leerde iets: iedereen begint ergens, en jezelf vergelijken met een kind dat al skatet sinds het kan lopen, is een snelle route naar opgeven. Dus laten we het hebben over hoe je een teen in het water kunt steken zonder meteen je levenskeuzes te betreuren.
Laten we eerst een mythe uit de weg ruimen: extreme sporten zijn niet allemaal BASE-jumping en wingsuitvluchten dicht bij objecten (wingsuit proximity flying). Als je echt naar een lijst met extreme sporten kijkt,











